2.1
2.1.1) De docent toont aan diverse hardware te kunnen benoemen, aansluiten en
bedienen.
Ik heb veel met klasgenoten op school gewerkt buiten de colleges om. Daarbij hebben we ook veel gewerkt met Digiborden en beamers. En tijdens de lessen op stage heb ik leerlingen begeleid bij het maken van een Socrative quiz.
2.2
2.2.1) De docent toont aan over algemene kennis van ICT te beschikken en de vaardigheden ten aanzien van bestandsbeheer te beheersen.
2.2.2) De docent toont aan dat hij de vaardigheden beheerst om met software effectieve samenwerking en communicatie tot stand te brengen.
Voor verschillende vakken maar ook privé heb ik gebruik gemaakt van Dropbox. Voor het verzenden van grote documenten (stageverslagen en filmfragmenten van stage) heb ik gebruik gemaakt van Google drive. Die filmfragmenten heb ik ook bewerkt via Windows movie maker[JE1] . Werken met Dropbox is erg fijn, je kan het namelijk als alternatieve harde schijf gebruiken voor het veilig stallen van je documenten. Dat is ook een tip die ik aan leerlingen heb meegegeven, zorg er altijd voor dat je belangrijke bestanden op meerdere plaatsen hebt opgeslagen. En dat er niet één verantwoordelijk is voor de groepsbestanden maar dat iedereen erbij kan. Daarnaast leent Dropbox zich ideaal voor samenwerkingen in groepsverband. Op die manier kan je veel inzicht hebben in het werk van anderen, en anderen in jouw werk. Dat in combinatie met duidelijke afspraken zorgt voor een voorspoedig verloop van projecten.
Zelf houd ik mijn gegevens bij met geordende mappen, uitgesplitst in mappen van jaargangen en de verschillende vakken. [S2] Ik werk veel met Word, ik leer daar nog steeds dingen door samen te werken met studiegenoten. Ook met Excel ben ik erg veel bezig. Ik stimuleerde leerlingen tijden wpl2 (Friesland College, toerisme) tijdens o.a. de p-taak de leerling actief ook meer uit te laten zoeken over Word. Maar vanwege mijn interesse in Excel heb ik mij in dat programma verdiept door een cursus te volgen. Ik heb de cursus Excel plus gevolgd en met goed gevolg afgerond.
2.2.3) De docent toont aan dat hij kan omgaan met standaard kantoortoepassingen:
tekstverwerkers, spreadsheetprogramma’s en presentatiesoftware.
Ik maak veel gebruik van Word, Excel en PowerPoint. Ik heb een cursus Excel plus met goed gevolg afgerond bij het Learning Centre.
Zie verder punt 4.5.3.
2.2.4) De docent toont aan dat hij een presentatie kan ondersteunen door gebruik te maken van software en hardware.
Zie punt 1.1.1.
2.2.5) De docent toont aan dat hij kan werken met de elektronische leeromgeving,
portfoliosoftware, (leerling gerelateerde) administratieve systemen van de school.
Ik heb tijdens werplekleren 2 lichte handelingen verricht in de elektronische leeromgeving. Zoals Word bestanden erop gezet die alleen tijdens speciale data te zien waren. [JE3] Omdat ik er tijdens wpl2 niet veel mee bezig ben geweest had ik dat tijdens wpl3 wel als doel. De school van mijn wpl3 had een zeer uitgebreid programma waar gegevens van leerlingen en collega’s te zien is. Daarnaast kan je ook de absentie controle uitvoeren en er zijn uitgebreide roosters te vinden waarbij je huiswerk, toetsen en opmerkingen kan plaatsen. Dat heb ik dan ook veel zelf gedaan tijdens wpl3. Ik ben erg positief over zulke programma’s, door ICT is het mogelijk om veel informatie in te voeren en te delen met leerlingen, collega’s en ouders.
2.2.6) De docent toont aan dat hij educatieve software, serious games en mobiele apps kan inzetten.
Zie 1.1.1.
2.2.7) De docent toont aan dat hij foto’s, video’s en audio digitaal kan maken, bewerken/converteren, publiceren en delen.
Diverse malen heb ik documenten in moeten scannen op mijn vorige werk maar ook op de NHL. Bijvoorbeeld voor mijn wpl2 verslag en minor aanvraag. Tevens heb ik voor wpl2 een video van mijn les gemaakt en die bewerkt tot een compilatie (gemaakt in Windows movie maker).
2.2.8) De docent toont aan dat hij kan werken met digitale toets systemen.
Een van de voordelen van digitaal toetsen is dat je direct feedback kan geven aan de leerlingen. Doordat leerlingen meteen een antwoord of cijfer kunnen zien raken ze erg gemotiveerd, er is namelijk geen wachttijd. Je kan daarbij ook een database opbouwen waarbij je resultaten kunt ordenen en bijhouden.
Nadelen zijn dat je open vragen nog steeds handmatig moet beoordelen. En het opzetten van digitaal toetsen vergt een grote tijdsinvestering (Digitaal toetsen en beoordelen, 2015).
Tijdens wpl3 was hier niet veel ruimte voor. Wellicht omdat ik het nut nu ook beter in zie (per klas was ik uren bezig om de toetsen na te kijken) zou ik hier tijdens wpl4 meer mee kunnen doen. Ik heb wel formatieve toetsen gedaan via Socrative, om het begin of voortgangsniveau te peilen. Daarnaast heb ik om een instructie gevraagd aan een klasgenoot over het gebruik met Kahout.
2.3 storingen:
Doordat ik veel op school gezeten heb om samen met medestudenten huiswerk te maken, heb ik ook veel met apparatuur gewerkt. Hierbij zijn wij ook veel problemen tegen gekomen. Soms zaten kabeltjes niet goed en stond het digiboard uit. Na verloop van tijd weet je welke kabeltjes je waarin moet doen en waar bepaalde knopjes voor dienen. Echter ben ik geen ICT-expert dus weet ik altijd het ICT-loket te vinden op de NHL. Door het vele gebruik van digiboarden en beamers weet je dat bepaalde storingen/foutmeldingen niet zelf opgelost kunnen worden (bijvoorbeeld een wachtwoord wat ingevoerd moet worden op de beamer).
[JE1]Stage film toevoegen? Zie 2.2.7 ict port.
Thema 2: Digitale Basisvaardigheden


