4.2.1) De docent toont aan dat hij de benodigde faciliteiten, hard- en software kan organiseren.
Voor dit interview over mijn ICT portfolio dienen alle links te werken en dient mijn laptop aangesloten te worden op het digibord.
4.2.2) De docent toont aan dat hij de schoolregels ten aanzien van ICT toepast en in staat is deze te vertalen binnen zijn onderwijscontext.
In principe zijn mobile telefoons verboden in de les en horen die volgens de schoolregels opgeborgen te zijn in de kluisjes. Dat gold voor zowel wpl2 als wpl3. Maar het is een beetje een grijs gebied geworden, niet alle docenten houden zich daar aan. Zelf heb ik als mening dat smartphones niet alleen als storend middel gezien moet worden maar ook een verlengstuk voor je les. Voor een opdracht zoals die over ‘Tony Chocolonely’ (zie stuk 3.3.3.). Daarbij hoefde ik geen compleet computer lokaal te reserveren maar konden de leerlingen gewoon in het lokaal blijven. In plaats van een computer gebruikte ze een telefoon om de informatie mee op te zoeken. Dat is voor mij als docent veel overzichtelijker. Tijdens wpl2 en wpl3 heb ik ook veelvuldig gebruik gemaakt van telefoons voor een Socrative vragenlijst. Daarbij kon ik op een leuke competitieve manier de kennis peilen bij de verschillende leerlingen. Wel is dit gebruik riskant omdat de regel was dat smartphone gebruik tijdens de les niet toegestaan was. Daarom verijsde het ook een goede instructie vooraf. De verleiding is bijvoorbeeld groot om snel nog even wat andere dingen op je smartphone te doen in plaats van alleen het nodige voor de les.
Daarnaast kan het gebruik van een laptop in de klas erg nuttig zijn voor leerlingen met dyslexie. Die kunnen dan woorden uit laten spreken of beter antwoorden schrijven door ze te typen (waarbij ook correctie te zien is).
4.2.3) De docent toont aan dat hij ICT betekenisvol en efficiënt kan inzetten
rekening houdend met de grootte en de diversiteit van een groep leerlingen.
Ten eerste zet ik altijd de opdracht die de leerlingen moeten doen op het bord. Daarbij komt het soms voor dat leerlingen aan verschillende opdrachten werken (differentiëren). Daarbij kan je mooi beide instructies op het digibord zetten.
Voor een 3 vmbo-tl klas tijdens wpl3 heb ik gebruik gemaakt van het ‘flipping the class’ principe. Ik kwam er namelijk achter dat op YouTube heel veel duidelijke instructie filmpjes staan. Ik liet de klas dat filmpje thuis bekijken zodat er in de les gewerkt kon worden aan de opdracht. Leerlingen konden dan ook bij mij komen voor gerichte vragen naar aanleiding van het filmpje. Op die manier was ik niet bezig met alle theorie maar met selecties daarvan.
Filmpje wat ik gebruikt heb tijdens wpl3 (3e klas vmbo-tl).
